
Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit
Artikel 22
1
De volgende handelingen van het college behoeven de instemming van Onze Minister:
a
het sluiten van overeenkomsten die een door Onze Minister vast te stellen bedrag te boven gaan;
b
het handelen in registerzaken;
c
investeringen die een door Onze Minister vast te stellen bedrag te boven gaan.
De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
2
Het is het college verboden:
a
[dit onderdeel is nog niet in werking;]
b
rechtspersonen of vennootschappen op te richten of mede op te richten, dan wel daarin deel te nemen, tenzij het betreft een rechtspersoon waarin uitsluitend in het kader van de aan het college opgedragen taak wordt samengewerkt met andere nationale regelgevende instanties als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn nr. 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatiediensten (Kaderrichtlijn) (PbEG L 108), van overheidswege ingestelde toezichthoudende instellingen op het terrein van de elektronische communicatie uit landen behorende tot de Europese Vrijhandelsassociatie, of vergelijkbare instellingen uit landen die een verzoek hebben gedaan als bedoeld in artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat door de Raad van de Europese Unie is aanvaard.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.